Filter

Alle 9 resultaten

Een compressor zuigt lucht aan, perst deze samen en stelt deze onder een hoge druk beschikbaar. Deze samengeperste lucht is het doel van de compressor. Het samenpersen van de lucht gebeurt door zuigers of schroeven. Schroeven hebben het hoogte rendement en leveren de meeste lucht op. De samengeperste lucht heeft meestal een druk van 6 bar tot wel 22 bar of meer.

[accordion clicktoclose=true][accordion-item title=”Lees meer” state=closed]

De samengeperste lucht wordt direct afgegeven of opgeslagen in een ketel of drukvat. De ketel fungeert als een buffer. De compressor beschikt over één of meerdere uitgangen, waar u een persluchtslang op kunt aansluiten. Als er geen slang is aangesloten, stroomt er geen lucht. Uiteindelijk kun je aan het uiteinde van de slang je luchtgereedschap aansluiten.

De druk en de benodigde hoeveelheid lucht (in liters per minuut) verschillen per type luchtgereedschap. Zodra perslucht gebruikt wordt daalt de druk in ketel. Bij een bepaalde onderdruk slaat de compressor aan om de druk in de ketel op peil te brengen.

Met de juiste compressor kunt u continu doorwerken, maar als het luchtgereedschap meer lucht afneemt dan de compressor kan leveren, raakt de ketel uiteindelijk leeg. Dan moet u wachten totdat  de ketel weer op druk is gebracht.

[/accordion-item][/accordion]